NORTHERN RESONANCE - VISION OF THREE

Artiest info
Website - bandcamp
facebook
label: Trad Records

Het is al langer dan vandaag geweten: in tegenstelling tot wat sommigen schijnen te denken, is er altijd volop beweging in de folkwereld. Nu, ik denk dat diegenen die beweren dat folk “passé” is, net diegenen zijn, die zelden moeite doen om echt ergens naar te luisteren, maar dit geheel terzijde.

Dat deze plaat op ons “Trad”-label uitkomt, is zo durf ik te denken, deels te danken aan het feit dat de Dhoore-broers Ward en Hartwin geregeld noordwaarts gaan spelen, maar ook aan het feit dat het Zweedse trio Northern Resonance een goed jaar geleden te gast was op het onvolprezen Merode-festival, waar ze de affiche deelden met Siger, dat, zoals bekend, uit diezelfde Dhoore-broers bestaat. Zoals het Youtube-filmpje over die avond aangeeft, was dat een redelijk memorabel gebeuren dat dus een vervolg kreeg in de Trad-studio, waar Jeroen Geerinck aan de knoppen zat om deze tien nummers op te nemen.

Die melodieën kwamen meestal tot stand tijdens de tournees van het Zweedse trio dat, voor ik het vergeet, bestaat uit Anna Ekborg Hans-Ers (viola d’amore), Jerker Hans-Ers (Hardanger fiddle) en Petrus Dilllner (nyckelharpa) en dat in 2020 in volle Covid-tijd, debuteerde met een titelloze plaat, die kennelijk veel deuren deed opengaan, aangezien de band erg veel onderweg is.

Met titels als “The Quarantine Waltz” “Route 83”, “Kansas City” en “F**k that Car” begrijp je, als lezer van de gegevens van de plaathoes, alvast dat het trio al een stukje van de wereld gezien heeft. Dat klopt alvast, als je bekijkt welke prijzen bijvoorbeeld Ekborg al gewonnen heeft: dit is niet je zoveelste bandje dat op de folk-trein springt. Integendeel: dit trio slaagt er in de vaak wat donker klinkende Noordse melodieën een haast klassiek accent mee te geven. Erg vaak denk je als luisteraar dat er meer dan drie muzikanten aan het werk zijn, wat dus niet het geval is.

Dat Geerinck, -zelf muzikant en in het bezit van een geweldig stel oren- gaandeweg een beetje het vierde bandlid werd, zonder nochtans een instrument vast te nemen, leidt ertoe dat de muziek die je te horen krijgt heel erg uitgepuurd is en dat de muzikanten net zo vaak mochten herbeginnen als ze nodig achtten om de perfecte take op te nemen.

Dat was allicht erg nuttig: als je dit eindresultaat een aantal keer beluistert, merk je dat het trio op het punt staat de folkmuziek waarin ze grossiert, een niveau hoger te tillen. Dit is niet langer muziek voor kleine clubs, maar ze richt zich op grotere zalen en podia: weidse klanken en fraai uitgewerkte herhalingen maken de muziek als het ware “kamerbreed” en werken onmiskenbaar mee aan het vervagen van de grenzen tussen genres. Dat de drie daarenboven uitstekende muzikanten zijn en oog en oor hebben voor knappe arrangementen, maakt deze plaat tot een heuse ontdekking en ik mag van harte hopen dat ze binnenkort nog eens onze richting uitkomen.

(Dani Heyvaert)